Golfterminologie

Hoor je wel eens een term op de golfbaan die je niet kent? Of golf je (nog) niet en ben je benieuwd wat een birdie of een par is? Grote kans dat je hieronder de uitleg kunt vinden. Ben je op zoek naar een uitleg van spelvormen?

Spelvormen in golf
Abnormale terreinomstandigheden

Delen van een hole waar, door uitzonderlijke situaties, speciale regels van toepassing zijn. Zoals waterplassen door regenval of hoog water, grond in bewerking vanwege onderhoud (gur) of een hol van een dier. Dan mag de bal buiten dit gebied gedropt worden zonder strafslag, natuurlijk niet dichter bij de hole.

Ace

De Amerikaanse term voor een hole-in-one.

Adresseren

De correcte houding aannemen voor het slaan van de bal wordt ook adresseren genoemd. Dit is bij normale situaties wanneer de speler zijn voeten heeft geplaatst en de club op de grond heeft gezet. Een uitzondering hierop is het adresseren bij een bunker dan mag de club niet op de grond worden gezet.

Afslagplaats (tee)

De plaats waar men vanaf begint te spelen is de afslagplaats. Deze is aan het begin van elke hole aanwezig.

Airshot

Wanneer je de bal mist tijdens je slag, terwijl je de bal had willen raken wordt dit een airshot genoemd. Dit telt als één slag.

Albatros (double eagle)

Een score van drie slagen onder par.

Alignment

Het aannemen van de correcte lichaamshouding zodat alle lichaamslijnen in de richting van het doel wijzen.

All square

Bij een matchplay wedstrijd staan de spelers all square als ze gelijk staan. Bij gelijkspel aan het einde van de ronde wordt er vaak doorgespeeld totdat een speler beter scoort als de ander.

Amateur

Een golfer die geen geld verdient met golfen. Hij of zij mag dus ook geen geld ontvangen voor het geven van instructies of sponsoring. De waarde van een gewonnen prijs mag niet meer zijn dan €750,-. Hierbij wordt zowel prijzengeld als de winkelwaarde van gewonnen prijzen meegerekend. Een prijs voor een hole in one mag wel worden geaccepteerd. Kijk op de site van de ngf voor meer info.

Approach

Een approach shot is bedoeld op de green te eindigen, als altijd, zo dicht mogelijk bij de hole.

Appron

Het kort gemaaide stuk gras rond de green. De lengte van het gras is duidelijk korter dan op de fairway maar langer dan op de green.

Baanpermissie

De ngf-golfbaanpermissie ontvang je als je de etiquette, zoals de veiligheidsregels, omgang met de baan en andere spelers kent, en de golfprofessional vindt dat je voldoende vaardig bent om zonder begeleider de golfbaan te spelen, dan kan de golfprofessional in samenwerking met de golfbaan jou de ngf-golfbaanpermissie geven.

Back nine

De tweede groep van negen holes op een achttien holes golfbaan. Het wordt ook ‘in’ genoemd aangezien je in het algemeen weer richting het clubhuis loopt.

Backspin

Als je golf op tv kijkt zie je vaak dat de bal terug rolt na het landen. Dat komt door de backspin. Door de loft van de club krijgt de bal deze draaiing. Een bal zal eerder bijten (stoppen met rollen) wanneer hij landt, dit geeft meer controle. Het zorgt er ook voor dat een bal klimt. Met name bij een slag met de driver is het vaak goed te zien dat de bal opeens een stukje omhoog gaat tijdens de balvlucht, dit komt ook de backspin.

Backswing

De delen van de swing hebben namen. Het deel waarbij je naar achter en omhoog swingt heet de backswing.

Balvlucht

In het engels heet dit trajectory. Er bestaan verschillende mogelijke manieren waarop de bal op je swing reageert.

Best bal

Een wedstrijdvorm voor vier spelers, twee teams van twee spelers. Iedere speler speelt met zijn eigen bal. De beste score per team telt als team score.

Bewaken

Tegenwoordig mag je tijdens een put de vlag in de hole laten staan. Je moet wel voor je put al aangeven of je de vlag laat staan of niet. Ook kan je er voor kiezen om de vlag te laten bewaken. Om bij een put over een grote afstand de ligging van de hole te zien kan de hole door een medespeler of caddie bewaakt worden. Dan wordt direct na het slaan van de bal de vlag verwijderd. Als de vlag dan toch met de bal geraakt wordt krijgt de speler wel twee strafslagen.

Birdie

Een score van één slag onder par

Bogey

Een score van één slag boven par

Break

De afwijking die de bal heeft tijdens het putten die veroorzaakt wordt door de helling van de green.

Bruto score

De score op een hole zonder handicapverrekening.

Bunker

De bunker is een uitgegraven en weer met zand (of daarop gelijkend materiaal) gevuld gat. Een kunstmatige ‘hindernis’, die onderdeel uitmaakt van de baan en op twee mogelijke plaatsen aangebracht; op en/of langs de fairway (“een fairwaybunker”) of rond de green (“een greensidebunker of greenbunker”).

Caddie

Deze assistent draagt de golftas van de speler en mag de speler adviseren.

Caddiemaster

Oorspronkelijk de baas van de caddies, nu vaak de naam voor de persoon die de (gast)spelers ontvangt en waar spelers een starttijd kunnen bespreken.

Carry

De afstand die de bal door de lucht aflegt.

Chip

Chippen gebeurt rond de green en is meestal een slag tussen de 1 en 20 meter. Bij langere afstanden spreekt men van een pitch, of het pitchen. Voor chippen wordt geen full swing gebruikt, maar een kortere slag. De balvlucht van de bal is kort en laag maar de bal rolt vervolgens een eind door. Het mooiste is een chip-in waarbij de bal in de hole verdwijnt.

Chipping green

Oefenterrein waar de spelers het chippen kunnen oefenen.

Club

Golfclubs zijn de stokken waarmee gespeeld wordt. Iedere speler mag maximaal 14 clubs gebruiken tijdens een wedstrijd.

Clubhoofd

Het clubhoofd is het onderste gedeelte van de golfclub. Het clubblad is het gedeelte van de club dat de bal daadwerkelijk raakt, ze zijn er in verschillende vormen en grootten en hebben een groot effect op de vlucht van de bal. De meeste clubbladen zijn gemaakt van staal of titanium.

Course rating

De moeilijkheid van een golfbaan wordt aangeduid met course cating (cr)

Cut

Officiële wedstrijden worden vaak op meerdere dagen gespeeld. Tijdens zo’n wedstrijd wordt op een gegeven moment een bepaald wie de volgende dag mee mag spelen op basis van de score. De spelers die de cut halen mogen de volgende dag verder spelen.

Dimple

Een putje in een golfbal. Deze putjes zorgen voor een verstoring van de lucht rond de bal waardoor deze stukken verder en rechter vliegt.

Divot

Een uitgeslagen plag gras noem je een divot. Plaggen hoor je terug te leggen en aan te drukken, het kan zeer irritant zijn wanneer de bal tijdens het spel in een divot terecht komt.

Dog-leg

Een hole die een bocht naar links of rechts maakt. De vorm heeft iets weg van de achterpoot van een hond.

Door de baan

De gehele baan met uitzondering van de afslagplaats, hindernissen en de green.

Dormie

Bij een matchplay wedstrijd kan een speler een punt winnen voor elke hole die hij wint. Wanneer een speler net zoveel punten voor staat op zijn medespeler als het aantal holes die nog te spelen zijn is hij de dormie. Deze speler hoeft enkel één hole te winnen of gelijk te spelen en hij is de winnaar.

Double bogey

2 slagen boven par

Downswing

Het deel van de swing waar de club richting de bal beweegt.

Draw

Een balvlucht die (voor rechtshandige spelers) met opzet een afbuiging naar links heeft. De speler staat rechts van het doel opgelijnd.

Drive

De afslag van de tee. Vaak met de driver, de langste club in de tas. Ook wanneer met een andere stok afgeslagen wordt wordt het een drive genoemd. Bij een par drie wordt het geen drive genoemd maar een approach aangezien het de bedoeling is de vlag te benaderen.

Driver

De golfclub waar je het verste mee kan slaan. Deze wordt gebruikt om de bal zo ver mogelijk de fairway op te slaan vanaf de tee. De andere houten clubs worden fairway woods genoemd en ook gebruikt om vanaf de fairway te slaan. De driver is de moeilijkste club om goed mee te slaan en wordt daarom in het begin nog niet  gebruikt. Kijk even op <a href=”https://www.google.nl/search?q=driver&biw=1680&bih=881&source=lnms&tbm=isch&sa=X&ved=0CAYQ_AUoAWoVChMIoufw5d-yxwIV5z7bCh3X3gAB#tbm=isch&q=driver+golfclub” target=”_blank”>google</a> als je wilt weten hoe zo’n club er uit ziet.

Driving range

Een driving range is een oefenterrein voor golfspelers. Veel golfbanen beschikken over een driving range, maar er bestaan ook driving ranges zonder een golfbaan, of enkel met een par 3 oefenbaan. Op een driving range bevinden zich meerdere afslagplaatsen naast elkaar, waar spelers ballen kunnen slaan. Dit doen zij om twee redenen: als oefening of als warming-up voordat zij gaan spelen. Ter indicatie van de geslagen afstand staan op de meeste driving ranges borden op bepaalde afstanden.

Droppen

In enkele situaties moet een bal worden gedropt. dit houdt in dat de bal opnieuw in het spel wordt gebracht door deze vanaf kniehoogte te laten vallen. Afhankelijk van de situatie kan dit één strafslag opleveren.

Eagle

2 slagen onder par.

Eclectique

Wanneer een club voor zijn leden geregeld wedstrijden organiseert wordt vaak ook een eclectique gespeeld. Bij deze wedstrijdvorm worden de beste scores van de holes 1 tot en met 18 bepaald over een vooraf afgesproken periode of een aantal wedstrijden. De beste score voor hole 1, de beste hole 2, enz. de speler die gedurende de periode de beste score heeft behaald over achttien holes is de winnaar. Deze wedstrijdvorm wordt ook ringer score genoemd.

Eer

De speler die als eerste mag afslaan op een hole krijgt de eer.

EGA

European Golf Association.

Etiquette

De beleefdheidsregels van het golf. Zo zijn er bij veel golfbanen kledingvoorschriften en zijn er bepaalde omgangsnormen.

Exact handicap

De handicap zoals hij wordt bijgehouden bij de NGF.

Fade

Een balvlucht die (voor rechtshandige spelers) met opzet een afbuiging naar rechts heeft. Het tegenovergestelde van een draw.

Fairway

De fairway is het onderdeel van een golfbaan tussen de tee en de green waar het gras wel is gemaaid, redelijk kort maar niet zo kort als op en rondom de green.

Finish

De eindpositie van de swing. Het ziet er misschien overdreven uit maar een juiste finish zorgt voor een beter resultaat.

Fitten

Het precies op maat laten maken van je golfuitrusting (voornamelijk de stokken).

Flex

De flexibiliteit van de shaft, de stok van de golfstok. Deze flexibiliteit betreft de buigzaamheid. Doorgaans wordt deze aangeduid met l (ladies/light) r (regular) en s (stiff). Dit verschilt per fabrikant en type club.

Flight

Een groep spelers, meestal twee tot vier spelers die gezamenlijk een ronde lopen. Dit geen officiële golfterm maar wordt wel veelvuldig gebruikt.

Fore

Dit roept men als een bal verkeerd wordt gespeeld en er (mogelijk) gevaar is voor spelers of toeschouwers. Zorg er altijd voor dat je dit zo hard mogelijk roept.

Four-ball

Deze wedstrijdvorm wordt gespeeld met twee teams van twee spelers. Per team wordt per hole de beste score gehanteerd als team score.

Foursome

Een wedstrijdvorm waarbij twee teams van twee spelers om en om met één bal per team spelen.

Front nine

De eerste groep van negen holes op een achttien holes golfbaan. Het wordt ook ‘out’ genoemd aangezien in het algemeen van het clubhuis weggelopen wordt.

Full swing

De full swing wordt gebruikt voor de afslag en meestal ook op de fairway. In het algemeen zijn andere slagen met ijzers of wedges aangepaste vormen en kortere versies van de volledige golfslag. Je gebruikt deze golfslag met een volle zwaai als de bal op zo’n afstand van de hole ligt dat u ook vol kunt zwaaien met één van de golfclubs.

Grain

Op de green zal de richting waarin het gras groeit invloed hebben op de rol van de bal. De richting is de grain.

Green

De green of ook wel is het kort gemaaide en speciaal geprepareerde gedeelte gras rondom de hole. De green is deel van de hole, van de baan en bevindt zich aan het einde van elke hole. Hierop bevindt zich het doel waar naartoe gespeeld moet worden; de hole, welke is aangegeven met een vlag. Er bestaan drie soorten greens: putting greens, chipping greens en gewone greens, die deel uitmaken van een hole.

Greenfee

Het bedrag dat je moet betalen om te mogen spelen op een baan als je er geen lid bent.

Greenkeeper

Dit is de man of vrouw die het onderhoud aan de golfbaan uitvoert. Voor een 18 holes golfbaan zijn minimaal 3 fulltime greenkeepers nodig.

Greensome

Een variatie op foursome. Beide spelers van een team slaan af. Vanaf het beste resultaat wordt om beurten verder gespeeld.

Green in regulation (gir)

Als er nog 2 slagen over zijn om een par te maken als de bal op de green ligt spreek je van een green in regulation (gir). Dat betekend dat bij een par 3 de green in één slag bereikt wordt, bij een par 4 twee slagen en bij een par 5 in drie slagen.

Grip

het lederen, rubberen of kunststof handvat aan de shaft.

– of

de manier waarop een speler zijn golfclub vasthoudt.

Ground under repair (gur)

De plaats die is aangegeven als zijnde in reparatie of zodanig beschadigd voor het bespelen ervan dat reparatie nodig is en waar of niet gespeeld mag worden noemt men ground under repair (gu). Gur wordt gemarkeerd met blauwe paaltjes.

Handicap

Een cijfer waarmee het spelniveau van de golfer wordt uitgedrukt. Hoe lager de handicap hoe beter de speler. Vanaf 2021 gaat het World Handicap Systeem (WHS) in. De officiële handicap gaat tot 54.

Handschoen

Om meer grip op de club te hebben dragen de meeste golfers één handschoen. Door de extra grip hoeft de club minder stevig vastgehouden te worden wat zorgt voor een soepelere swing en daarmee een beter resultaat. Rechtshandige spelers dragen hun handschoen links.

Hark

In een bunker vind je een hark. Door het zand in de bunker netjes aan te harken blijft de bal niet liggen in de kuil van een voetafdruk. Na het spelen uit de bunker moet je deze aanharken, vergeet dat niet.

Hiel

Het deel van de golfclub waar de shaft aansluit op het clubhoofd.

Hindernis

Een hindernis is een barrière, obstakel of versperring die de doorgang bemoeilijkt. Binnen de regels van golf bestaan er twee hindernissen, de bunker en waterhindernis. Alle andere vormen van hindernissen zijn obstakels.

Hole

Het doelwit op de golfbaan waarin de bal moet worden gespeeld.

Hole in one

Wanneer de bal met één slag vanaf de afslagplaats in de hole wordt gespeeld.

Hook

Een balvlucht die sterk naar links afbuigt. Als het met opzet gespeeld wordt heet het een draw.

Houten

Deze clubs zijn bedoeld om ver mee te slaan en daardoor wat minder nauwkeurig dan ijzers. Omdat deze clubs vroeger van hout werden gemaakt hebben ze deze naam. Deze clubs hebben een grote bolle kop en weinig loft.

Hybride

Een hybride is een club die tussen de fairway woods en de ijzers in zitten. Deze clubs vervangen vaak enkele ijzers en/of houten.

Kort spel

Als je het hebt over kort spel heb je het over putten, chippen en pitchen.

Kort spel

Als je het hebt over kort spel heb je het over putten, chippen en pitchen. Allemaal slagen die korter zijn dan de full swing en op en rond de green.

Lateraal water

Een waterhindernis die parallel aan de baan loopt (in de speelrichting). Deze wordt altijd met rode paaltjes gemarkeerd.

Lie

De hoek tussen de shaft en het clubhoofd.

– of

De plek waar de bal ligt nadat je hem geslagen hebt. De ligging ten opzichte van het doel en de ondergrond waarop de bal ligt bepalen of je het hebt over een goede of slechte lie.

Links

Links in deze betekenis heeft niets te maken met links en rechts. Een golfbaan wordt beschreven als een linksbaan, als hij aan zee ligt en dat daardoor de wind een dominante factor is. Het woord links komt uit het oud Engels, hlinc. Het betekend heuvel, stijgende grond, helling en refereert naar de kust, de duinen of een open park landschap. Omdat de baan aan de zeewind is blootgesteld, heeft de wind niet alleen invloed op het golfspel, maar omschrijft het ook ten dele de begroeiing van de baan, omdat de baan doorgaans in een duingebied ligt.

Lob wedge

Een club met een zeer veel loft die een hoge, korte balvlucht met weinig rol mogelijk maakt.

Loft

Het aantal graden dat het slagvlak heeft. Dit bepaald de hoogte van de balvlucht en daarmee voor een groot deel hoever de bal door rolt.

Marker

Een “marker” is iemand die is aangesteld om de score van een speler te noteren. Dit moet ingeval van een handicapregistratie iemand zijn die minimaal een clubhandicap van 54 heeft.

Marshal

Een marshal is een vrijwilliger die door het bestuur of een wedstrijdcommissie is aangewezen als dienstverlener en toezichthouder in de baan. Hij of zij functioneert op de achtergrond om onder andere te zorgen dat de spelers met zo min mogelijk oponthoud hun ronde kunnen voltooien.

Matchplay

Samen met strokeplay is dit een basis wedstrijdvorm. Per hole wordt er tegen elkaar gestreden om het beste resultaat. Niet, zoals bij strokeplay tegen de par van de baan. Er kan gespeeld worden door twee individuele spelers of twee teams van twee spelers. Iedereen speelt zijn eigen bal. De speler of het team die de minste slagen gebruikt wint een punt.

Mulligan

Na een mislukte afslag op de eerste hole wordt kan je een mulligan spelen. Dit is een tweede afslag waarbij de eerste in zijn geheel komt te vervallen. Dit mag natuurlijk niet bij wedstrijden of andere situaties waarbij volgende officiële regels gespeeld dient te worden.

Neary

De persoon die met zijn eerste slag, op een van te voren bepaalde par 3 hole, de bal het dichtst bij de hole krijgt wint de neary.

Netto score

De nettoscore is de brutoscore met aftrek van het aantal handicapslagen.

Voorbeeld: Iemand gebruikt over 18 holes 100 slagen. De speler heeft een playing handicap van 20 en krijgt dus 20 handicapslagen mee. Zijn nettoscore is dan: 100 – 20 = 80.

NGF

De Koninklijke Nederlandse Golf Federatie (NGF) is de officiële, overkoepelende service-organisatie voor alle golfers in nederland. Zij zet zich in ten behoeve van alle amateur golfspelers in nederland en houdt zich bezig met de ontwikkeling van golf in Nederland in de breedste zin.

Obstakel

Een obstakel is alles wat kunstmatig is, inbegrepen de kunstmatige oppervlakken en kanten van wegen en paden. Een obstakel is een los obstakel als het kan worden verplaatst zonder buitensporige moeite, zonder het spel onnodig op te houden en zonder schade te veroorzaken. Er is sprake van belemmering door een vast obstakel wanneer de bal in of op het obstakel ligt of zo dicht daarbij dat het obstakel een belemmering vormt voor de stand of de swing van de speler.

Oefenswing

Deze swing (slag) is een oefening van de slag alvorens de speler de juiste positie inneemt.

Onspeelbare bal

Als de bal op een lastige plek ligt mag je de bal altijd onspeelbaar verklaren. Je mag dan de bal op een andere plaats droppen. Het kost slechts één strafslag

Out of bounds

Buiten de baan, gewoonlijk aangeduid met out of bounds, is de aanduiding voor de grond welke geen onderdeel van de baan uitmaakt en aldus niet in het spel is betrokken. De grenzen van de baan worden meestal aangegeven met witte paaltjes. Wanneer een bal buiten de baan komt dien je een nieuwe bal te slaan vanaf de plek zo dicht mogelijk bij de plek waarvandaan je de bal sloeg die baan heeft verlaten en 1 strafslagen te noteren of op de plaats waar de bal buiten de baan is gekomen met 2 strafslagen op de fairway.

Par

Par is het aantal slagen waarin een gemiddelde professionele golfer een hole zou moeten kunnen spelen. Het woord par is afgeleid van het Latijnse woord voor gelijk. Er zijn mensen die denken dat par staat voor professional average result. Dit is echter een misvatting en dat kan men inzien door te kijken hoe een par voor een hole wordt bepaald. Het aantal slagen dat nodig is om de afstand naar de green te overbruggen telt men op bij twee, het aantal slagen of putts dat men geacht wordt op de green maximaal te maken.

PGA

Professional Golfers Association. De vereniging voor professionele golfers organiseert onder andere het PGA Championship 1 van de 4 majors de grote toernooien.

Pin

De pin is een ander woord voor de vlag.

Pin high

Een bal die op de green geslagen is en even ver ligt als de vlag. De richting is net niet goed.

Pitch

Een slag met een grote boog over een relatief korte afstand. Deze slag wordt vaak gebruikt om over hindernissen heen te spelen.

Pitch & putt

Pitch & putt golf wordt gekenmerkt door kortere holes (met veelal afstanden tussen de 30 en 90 meter) en is voor iedereen toegankelijk.

Pitchfork

Een pitchfork is verplicht gereedschap op de golfbaan. Hiermee kunnen pitchmarks worden hersteld die op de green worden gecreëerd door het (hard) landen van een bal.

Pitchmark

Een pitchmark is een inslag van de bal op de green. Deze moeten direct worden gerepareerd met een pitchfork.

Playing handicap

Deze handicap is gebaseerd op de exact handicap, maar wordt gecorrigeerd met de moeilijkheidsgraad van de baan waarop wordt gespeeld.

Provisionele bal

Een bal die gespeeld wordt als niet zeker weet of een verloren bal nog wordt teruggevonden. Voordat je deze speelt moet je duidelijk laten weten dat het een provisionele bal is.

Putt

Het putten is een term uit de golfsport. Met de putt wordt de slag bedoeld, die gedaan wordt op (of direct naast) de green naar de hole. Om te putten gebruikt de speler een speciale club: de putter. Deze heeft een bijna verticaal slagvlak waardoor de bal de hele afstand rollend aflegt. essentieel voor succes is het “lezen” van de green (hoe lopen de welvingen) en de kracht van de slag.

Putter

De meest gebruikte club in de tas. Elke hole 1 keer en vaak 2 keer of zelfs meer. Deze club wordt gebruikt om de bal in de hole te putten en heeft nauwelijks loft waardoor de bal rolt over de green.

Qualifying

Voor een handicapregistratie moet je op een baan spelen die ‘qualifying’ is. Dit betekent dat de baan in een dusdanige staat verkeert, dat de scores gebruikt kunnen worden voor het behalen of bijstellen van de handicap. Als een baan te drassig of te droog is – of bij een tijdelijke verandering aan de baan – zal geen representatieve score kunnen worden behaald. Een golfbaan geeft daarom ook altijd aan of hij op dat moment qualifying is. Als een speler qualifying wil spelen, betekent het dat hij een ronde wil lopen om zijn handicap bij te stellen .Dit moet je aangeven voor je begint met je ronde bij je marker. Qualifyingkaarten worden geregistreerd. Een makkelijke manier hiervoor is de app van golf.nl. Wedstrijden zijn, tenzij anders vermeld, per definitie qualifying en zullen ook tot bijstelling van de handicap leiden. Mits de baan in qualifying conditie is uiteraard.

R&A

De R&A is organisator van The Open (een van de 4 majors) en een aantal amateur en junior golfwedstrijden. Ze zijn samen met de USGA verantwoordelijk voor de golfregels.

Rough

Onder rough verstaan we alle tot de baan behorende gedeeltes en begroeiing van een hole, dat grenst aan de tee, de fairway en de green. Ook wel aangeduid als de overgang tussen het functionele (bespeelbare) gras en de natuurlijke omgeving.

Shaft

De steel van de club. vroeger van hout, later van hickory hout en daarna van staal. Tegenwoordig worden ze gemaakt van staal, graphite of titanium. Moderne shafts worden gemaakt in verschillende ‘flex’, buigzaamheid, voor verschillende swingsnelheden.

Slice

Als de vlucht van de bal (meestal onbedoeld) krom naar rechts afwijkt (voor linkshandige spelers, naar links).

Stableford

Het stablefordsysteem is bedacht door frank stableford rond 1930. Destijds werd altijd strokeplay gespeeld (elke slag telt) maar stableford verprutste altijd zijn eindscore door twee of drie slecht gespeelde holes. Op die slecht gespeelde holes moest hij altijd veel slagen noteren, met als gevolg een slechtere eindscore. Daarnaast was de Brit ook het eindeloze proberen zat als de bal echt niet in de hole wilde verdwijnen. Hij bedacht het stablefort systeem, dat twee voordelen kent ten opzichte van strokeplay:

  • Een slechte score op een hole weegt minder zwaar in de einduitslag.
  • Een stableford wedstrijd neemt minder tijd in beslag aangezien de bal opgepakt dient te worden wanneer er geen punt meer kan worden behaald.
Strokeplay

De oervorm van golf is strokeplay. Alle slagen die een speler nodig heeft om een ronde golf te spelen, tellen voor de score, inclusief de strafslagen. De speler die aan het einde van de ronde de minste slagen nodig heeft gehad, is de winnaar. Als mensen met handicapverrekening spelen, kan een speler met een hoge handicap toch winnen van een speler met een lagere. Aan het einde van de ronde wordt namelijk de handicap van de totale score afgetrokken, en worden de netto scores met elkaar vergeleken. Winnaar is de speler met de laagste netto score.

Tap-in

Het van dichtbij intikken van de bal in de hole.

Tee

De afslagplaats van de hole.

– of

Een houten of plastic pinnetje waar de bal op gelegd wordt om hem daar vervolgens af te slaan. De speler mag een tee gebruiken voor de eerste slag van elke hole.

Tijdelijk water

Aanduiding voor water in de baan niet zijnde een expres aangelegde waterhindernis. Tijdelijk water is meestal het gevolg van overvloedige regenval. De speler wiens bal in tijdelijk water ligt mag de bal opnemen en droppen op het dichtstbijzijnde punt waar hij geen last meer heeft van dat tijdelijke water, maar niet dichter bij de hole.

Up and down

De bal van naast de green in twee slagen in de hole krijgen.

USGA

The United States Golf Association. Is samen met de R&A verantwoordelijk voor de golfregels.

Wedges

Deze ijzers gebruik je om uit hindernissen te komen of over een hindernis heen te slaan. Bijvoorbeeld over een boom of uit het zand. We kennen de pitchingwedge, gapwedge, sandwedge en lobwedge. Vaak worden deze clubs aangeduid met het aantal graden in plaats van de letters (p, g, s of l).

IJzers

Golfclubs met de nummers 1 t/m 9 van metaal. Deze hebben verschillende lofts (graden van het clubblad). Met een nummer 1 blijft de bal laag maar rolt verder door. Hoe hoger het nummer, hoe hoger de bal zal vliegen en hoe minder ver deze door zal rollen. Met een ijzer heb je meer controle over de bal en kan je preciezer slaan dan met een houten.